Ondernemersregelingen.nl
Ondernemersregelingen voor het midden- en kleinbedrijf
 

Starten vanuit de WW

Als u een WW-uitkering ontvangt en van plan bent te gaan starten met een eigen bedrijf, dan kan de WW-uitkering zes maanden doorlopen.

Omdat u door te starten met een eigen bedrijf niet meer beschikbaar bent voor de arbeidsmarkt vervalt het recht op WW. Gevolg hiervan is dat er vooral gedurende de eerste maanden een belangrijke inkomensterugval kan plaatsvinden. Om deze terugval te beperken en daarmee het starten van een eigen bedrijf door WW-ers te stimuleren, is per 1 juli 2006 de Werkloosheidswet uitgebreid.

U kunt als WW-er, na toestemming van UWV, met behoud van zes maanden  WW-uitkering starten als zelfstandige. Eventuele inkomsten uit onderneming gedurende deze startperiode van zes maanden worden voor 70% verrekend met de WW-uitkering. Daarnaast is er, als de plannen niet slagen, een herlevingstermijn die gelijk is aan de duur van het opgebouwde recht op een WW-uitkering (maximaal 38 maanden) met een minimum van anderhalf jaar.

Het UWV kan toestemming verlenen om met behoud van de WW-uitkering een eigen bedrijf te beginnen, als het aannemelijk is dat u met de bedrijfsactiviteiten in de toekomst in uw bestaan kunt voorzien. Naast de te verwachten levensvatbaarheid gelden als voorwaarden dat de bedrijfsactiviteiten op het moment van aanvraag nog niet mogen zijn gestart, dat de werkloosheidsuitkering niet is verleend als gevolg van een verkorting van de werktijd en dat de toestemming om met behoud van WW-uitkering als zelfstandige te gaan starten tijdens de uitkeringsduur niet eerder is verleend.

De verrekening van inkomsten in de startperiode van zes maanden is geregeld in het ‘Besluit vaststelling inkomsten startende zelfstandigen WW’. In dit besluit wordt voor het begrip ‘inkomsten’ aansluiting gezocht bij het fiscale inkomensbegrip: het belastbaar loon of het belastbaar resultaat uit overige werkzaamheden en de belastbare winst uit onderneming, vermeerderd met de ondernemersaftrek. Negatieve inkomsten worden daarbij op nihil gesteld.

Om oneigenlijk gebruik (het vooruit schuiven van inkomsten) te voorkomen is ervoor gekozen om de inkomsten in de startperiode van 6 maanden vast te stellen op 50% van de inkomsten die in de periode van 12 maanden na de start wordt gerealiseerd. Daarbij wordt ervan uit gegaan, dat de inkomsten gelijkmatig over het jaar worden genoten. Vervolgens wordt 70% van de berekende inkomsten in mindering gebracht op de WW-uitkering die gedurende de startperiode is verstrekt.

Als bijvoorbeeld wordt gestart in week 40 van 2007, dan bestaan de inkomsten over de eerste 12 maanden uit de inkomsten genoten in week 40 tot en met 52 van 2006 plus de inkomsten in de weken 1 tot en met 39 van 2008. Als dan bijvoorbeeld in 2007 een inkomen is genoten van € 2.000 en over geheel 2008 een inkomen van € 15.000, dan wordt aan de eerste 12 maanden een bedrag toegerekend van (€ 2.000 plus 39/52 maal € 15.000 is) €13.250.
De inkomsten in de startperiode worden dan vastgesteld op (50% van € 13.250) € 6.625, ofwel € 1.104 per maand. En deze inkomsten worden ten slotte voor 70% (€ 773 per maand) in aanmerking genomen als toe te passen korting op de WW-uitkering in de startperiode.

De verlengde herlevingstermijn van maximaal 38 maanden en een minimum van 18 maanden is zowel van toepassing op WW-gerechtigden die gebruik hebben gemaakt van de startperiode van zes maanden, als op WW-gerechtigden die zonder deze startperiode is gestart als zelfstandige.
De herlevingstermijn begint te lopen vanaf de startdatum van het ondernemerschap of, als gebruik wordt gemaakt van de startperiode, vanaf het moment dat de startperiode voorbij is en de WW-gerechtigde besluit om door te gaan als zelfstandig ondernemer.

Indien u bijvoorbeeld recht heeft op 38 maanden WW-uitkering, na 12 maanden start als zelfstandige en gebruik maakt van de zes maanden startperiode, dan is uw herlevingstermijn 38 maanden en heeft u in totaal (12 plus 6) 18 maanden WW-uitkering genoten. De resterende uitkeringsduur, waar u nog gebruik van kan maken na mogelijke bedrijfsbeëindiging is dan (38 min 18) 20 maanden.

Indien u recht heeft op tien maanden WW-uitkering en bijvoorbeeld na drie maanden WW-uitkering als zelfstandige ondernemer gaat starten zonder gebruik te maken van de startperiode, dan wordt de herlevingtermijn niet tien maanden, maar het vastgestelde minimum van 18 maanden. De resterende uitkeringsduur is dan (10 min 3) zeven maanden.

Omdat in dit voorbeeld pas een definitieve afrekening van de WW-uitkering in de startperiode van zes maanden kan plaatsvinden nadat de inkomsten over 2008 bekend zijn, worden door UWV voorschotten verstrekt die zijn gebaseerd op een schatting van de inkomsten.

Behalve dat u bij het starten vaak wordt geconfronteerd met een tijdelijke  inkomensachteruitgang is er ook vaak sprake van een financieringsbehoefte. Hiervoor kunt u mogelijk putten uit eigen middelen of kunt u zich wenden tot een bank.

Indien u als ww-er ook tot de doelgroep van het Bbz kunt worden gerekend, dan kunt u voor de invulling van een financieringsbehoefte bij de gemeente waar u woont een bbz-starterskrediet aanvragen. Voor nadere informatie over deze regeling kunt u kijken onder ‘Starten vanuit de WWB.’